Waarom debuteerde Jan Eijkelboom pas op zijn 53ste? Was het onzekerheid? In de jaren vijftig bewonderde hij zijn vriend Jan Emmens mateloos en hij betwijfelde of hij net zo’n literair talent had. Daarnaast was de van nature teruggetrokken Eijkelboom bang om naar voren te treden en een afwijkende toon te laten horen. Hij vreesde volkomen weg te vallen tegen het overheersende geluid van de Vijftigers.

Kees ’t Hof, die vorig jaar de Verzamelde gedichten van Jan Eijkelboom bezorgde, schetst de lange aanloop naar het debuut, Wat blijft komt nooit terug, in 1979. Socioloog en oud-studiegenoot Joop Goudsblom haalt herinneringen op aan zijn jaren met ‘Eijk’, toen ze samen in Propria Cures zaten en Tirade oprichtten.

Ook in dit nummer: Jan Paul Hinrichs met het afsluitende deel 3 van literair Oegstgeest, een nieuwe rubriek door Hans Olink: Berliner Beobachter (over Pension Kettler en Isolde Josipovici), Rob Molin over Bertus Aafjes in Rome, Athene en Egypte, en in Laagwater aandacht voor een stripbiografie van Kurt Schwitters en het huwelijk van Raymond Brulez.

Inhoudsopgave

Briketten voor het vuur van de poëzie. De lange aanloop naar het debuut van Jan Eijkelboom (Kees van ’t Hof)

Herinneringen aan Jan Eijkelboom (Joop Goudsblom)

Berliner Beobachter (1) (Hans Olink)

‘Heel deze vervallen grootsheid’. Bertus Aafjes in Italië, Griekenland en Egypte (Rob Molin)

‘Fantastisch oord in het meer dan rottige Oegstgeest’. Een lommerrijk dorp en zijn schrijvers (3) (Jan Paul Hinrichs)

LAAGWATER: Maestro Merz (Marco Entrop)

De waarde van harmonie (Marco Daane)

Meld je aan als abonnee van De Parelduiker en ontvang de verzamelde verhalen van Konstantin Paustovski of het Oorlogsdagboek 1940-1945 van Hanny Michaelis.

Het is zoals zo vaak een traktatie om de nieuwe Parelduiker te lezen

NRC next