Over dit hoofdstuk/artikel

Paul van Capelleveen

E. du Perron

over E. du Perron

over L.J.C. Boucher


+
Paul van Capelleveen (1960) is conservator bij de afdeling Bijzondere collecties van de Koninklijke Bibliotheek en conservator Moderne collectie van Museum Meermanno in Den Haag.
1
Het archief werd geschonken door Ph. Boucher; zie voor de brieven van Du Perron Museum Meermanno, Den Haag, archief Boucher, BO 070. Ik dank de rechthebbenden, met name Mr. A.E. du Perron, voor de vriendelijke toestemming voor publicatie van deze brieven. Meer informatie over L.J.C. Boucher is te vinden in L.J.C. Boucher, Eindeloos tussen de boeken (Midlaren 1986), en in Paul van Capelleveen, L.J.C. Boucher, uitgever. Het plezier een boekje te maken en te ontvangen blijft vers als op de eerste dag (Den Haag 2007).
2
Brieven van E. du Perron worden geciteerd naar de uitgave E. du Perron, Brieven (Amsterdam 1977-1990). Zie voor de brief aan Boucher: Brieven v, p. 249, nummer 2429.
3
De uitvoering hiervan lijkt sterk op de Boutens-uitgaven in een slappe linnen band van Van Dishoeck.
4
In een brief aan J. Greshoff, 24 september 1932, schreef L.J.C. Boucher over een bezoek aan Parijs: ‘Ik ben met een drukkerij bezig om een idee van de kosten te krijgen’, en: ‘In Parijs is een ware revolutie in de boekenwereld […] Een hele serie uitgevers bestaan niet meer’ (collectie Letterkundig Museum [lm], G 00785 B 1).
5
Brief van L.J.C. Boucher aan Adriaan Roland Holst, 15 juni 1967 (part. coll.).
6
Brief van J. Greshoff aan A.A.M. Stols, 23 september 1932, in: ‘Beste Sander, Do it now!’ Briefwisseling J. Greshoff-A.A.M. Stols. Deel i, 1922-1941. Bezorgd door Salma Chen en S.A.J. van Faassen (‘s-Gravenhage 1990), p. 166.
7
Brief van Du Perron aan S. Vestdijk, 5 december 1932, in: Brieven v, p. 495, nummer 1397.
8
Brief van Du Perron aan J. Greshoff, 20 augustus 1935, in: Brieven v, p. 426, nummer 2653. Zie ook de tweede brief van Du Perron aan Boucher, waarin wordt bedankt voor het honorarium dat als voorschot werd betaald.
9
De briefwisseling van Ter Braak en Du Perron wordt geciteerd naar Menno ter Braak, E. du Perron, Briefwisseling 1930-1940 (Amsterdam 1962-1967). Brief van Menno ter Braak aan E. du Perron, 27 december 1932, in: Briefwisseling 1930-1940. Dl. i, p. 403, nummer 288.
10
Brief van L.J.C. Boucher aan J. Greshoff, 15 november 1932 (coll. lm, G 00785 B 1).
11
Zie de brieven van Du Perron van 10 augustus 1932 (aan Greshoff), 27 september 1932 en 29 september 1932 (aan Stols), 7 november en 3 december 1932 (aan Greshoff) (in Brieven v) en de brieven van L.J.C. Boucher aan Greshoff, 15 en 24 november 1932 en 20 februari 1933. Op 7 maart 1933 schreef Boucher aan Greshoff: ‘De beroerde boekhandelaren koopen geen “Zijden harnassen” genoeg. Ik heb nu de exx. die over zijn in commissie gestuurd’ (coll. lm, G 00785 B 1).
12
Zie de brief van Du Perron aan Greshoff, 27 september 1932, in: Brieven iii, p. 411, nummer 1291: ‘Heb jij het de firma Boucher aangepraat, of was het in dit geval (avec ce nom prédestiné) een professioneele belangstelling? Hoe het zij, de man kan het krijgen.’
x
[Noot in de marge]: Vandaar de wijzigingen in den tekst zooals die verscheen in De Vrije Bladen.
13
Verschrijving voor Chemise.
14
‘Boucher zond mij het boekje nog niet’, schreef Du Perron aan Greshoff, 29 november 1932, in: Brieven iii, p. 483, nummer 1385.
15
Valery Larbaud publiceerde in 1911 bij Beaumont in Parijs een vertaling van High and low life in Italy van Walter Savage Landor onder de titel Hautes et basses classes en Italie. (Fragment). Du Perron vertaalde een fragment van deze Franse editie in het Nederlands: Serena. Deze vertaling verscheen onder de titel Serena bij Stols in 1935 (Kaleidoscoop, 13).
16
Kennelijk reageerde Boucher op Du Perrons besprekingen van Fernandez en Gide in de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 11 en 26 januari 1926 (zie E. du Perron, Verzameld werk vi, p. 54-58). Over Menno ter Braaks Démasqué der schoonheid schreef Victor E. van Vriesland een recensie. De voorstellen van Du Perron voor mogelijke Boucher-uitgaven (Casanova, Lauzun, Serena Bruchi en Rodenbach) hebben tot niets geleid. Casanova werd door Du Perron bij eerste lezing als ‘een ideaal in de literatuur’ beschouwd’ (Verzameld werk ii, p. 24-25) en kennelijk wilde hij een selectie uit diens dagboeken publiceren; in zijn brieven kwam hij er verder niet op terug. De hertog van Lauzun (1747-1793) werd door Du Perron genoemd in zijn gedicht ‘Op een divanbed’: ‘al weet hij dat Lauzun ’t stuk zelfs op grind volbracht’ (Verzameld werk i, p. 110). In 1928 verscheen bij Jonquières in Parijs een editie van zijn memoires, bezorgd door Edmond Pilon: Mémoires de Armand Louis de Gontaut, duc de Lauzun, général Biron. Du Perron sprak daarover in zijn Cahiers van een lezer (Verzameld werk ii, p. 131). In een brief van Du Perron aan Ter Braak, 10 december 1932, kort na zijn brief aan Boucher dus, vergeleek Du Perron de hertog van Lauzun met de figuur Valmont uit Les liasons dangereuses van Choderlos de Laclos (zie Briefwisseling 1930-1940. Dl. i, p. 386-387, nummer 277). Serena Bruchi betrof Du Perrons vertaling van Serena (zie noot 15). De jonggestorven Albrecht Rodenbach (1856-1880) werd door Du Perron even hoog gewaardeerd als Jacques Perk. Begin november 1930 schreef Du Perron aan Victor van Vriesland dat hij ‘een kleine bloemlezing’ uit diens werk maakte (zie Brieven ii, p. 332, nummer 631). In het Letterkundig Museum, Den Haag, wordt een ‘druksel met autograaf’ bewaard, ‘Dertig liederen en gedichten van Albrecht Rodenbach’, met aantekeningen en correcties door E. du Perron. Die uitgave verscheen niet bij Boucher en Du Perron probeerde ook Stols als uitgever te strikken: in februari 1933 vroeg hij de selectie van Stols retour (Brieven iv, p. 53, nummer 1496) en in 1935 deed hij nog eens een poging via Jan Greshoff (Brieven vii, p. 117, nummer 3280). De uitgave is nooit verschenen.
17
Du Perron zou het voorstel in deze brief met Arthur van Schendel hebben kunnen bespreken tijdens een bezoek aan Van Schendel op 17 december 1932 (zie Brieven iii, p. 508, nummer 1415).
18
A. Roland Holst, Tusschen vuur en maan verscheen als Halcyon-uitgave in december 1932. Du Perron ontving zijn exemplaar op 18 januari 1933 (zie brief van Du Perron aan Stols, in: Brieven iv, p. 18, brief nummer 1445).
19
Onderaan deze brief maakte Boucher in potlood berekeningen voor een uitgave van 150 exemplaren met vijfhoutsneden door John Buckland Wright, maar deze bundel is niet verschenen. De eerste van drie uitgaven van Van Schendel bij Boucher verscheen in 1936 als Folemprise 7: Avonturiers, met een titelgravure door Buckland Wright.
20
De tweede publicatie van uitgever L.J.C. Boucher was een kerstwens: Charles d’Orléans, Priez pour paix (La Haye 1932).
21
Na de dood van zijn moeder op 3 januari 1933 kreeg Du Perron te maken met financiële problemen.
22
Op 31 december 1932 vroeg Du Perron aan Henri Mayer (van boekhandel Nijhoff in Den Haag) om de editie van Rivière (London 1928) voor hem te zoeken (Brieven iii, p. 522, nummer 1427). Op 6 januari 1933 verduidelijkte hij zijn vraag (Brieven iv, p. 11, nummer 1432).
23
Aan de kop van deze brief (briefpapier van de Redactie van Groot Nederland, briefhoofd doorgestreept) heeft Boucher of een medewerker van de boekhandel geschreven: ‘1.000.000’ en: ‘23/1 Els. geschr.’
x
[Noot onderaan p. 2:] Ik meen dat met de 5e of 6e druk het formaat nog wel goed is, maar de letter klein en slecht wordt.26
26
Vanaf de zevende druk is het formaat aanzienlijk kleiner (H.T.M. van Vliet, Versierde verhalen. De oorspronkelijke boekbanden van Louis Couperus’ werk 1884-1925 [Amsterdam/Antwerpen 2000], p. 115).
26
Vanaf de zevende druk is het formaat aanzienlijk kleiner (H.T.M. van Vliet, Versierde verhalen. De oorspronkelijke boekbanden van Louis Couperus’ werk 1884-1925 [Amsterdam/Antwerpen 2000], p. 115).
24
Door perforatiegaten is het eerste deel van dit woord verloren gegaan.
25
In oktober zou de huur van het appartement in Bellevue verlopen.
27
Foto van een ets van Goya (747 – L’oeuvre de Goya) met onderschrift in het Spaans en Frans (‘Elles disent oui et tendent la main au premier qui arrive’).
28
Boucher publiceerde geen editie van Omar Khayyam.
29
Een jaar eerder, op 12 april 1932, schreef Du Perron aan Ter Braak dat hij dit gehoord had van boekhandelaar N.J. Beversen, zie Briefwisseling 1930-1940. Dl. i, p. 181, nummer 134. Op 3 maart 1934 opende bij Boucher een tentoonstelling over Forum, zie Briefwisseling 1930-1940. Dl. ii, p. 350, nummer 549.
30
E. du Perron, Verzameld werk vi, p. 170-171, 197-198, 203-209.
31
Sjoerd van Faassen heeft een bibliografie van Folemprise in voorbereiding.
32
Brief van Du Perron aan Ter Braak, 5 maart 1936, in: Briefwisseling 1930-1940. Dl. iii, p. 381, nummer 915.