Over dit hoofdstuk/artikel

Maurits Verhoeff

over Nescio


+
Maurits Verhoeff (1966) publiceerde eerder over Nescio in Het Oog in ’t Zeil, Ons Amsterdam, De Negentiende Eeuw, Literatuur en De Parelduiker.
1
Nescio, Verzameld werk. Deel 1. Bezorgd door Lieneke Frerichs. Amsterdam 1996, p. 222.
2
Opmerkelijk is dat Nescio in de definitieve versies van ‘De uitvreter’ en ‘Titaantjes’ minder expliciet schrijft over de aantasting van het natuur- en stedenschoon dan in de voorstudies en eerdere versies van deze verhalen. In zijn latere verhalen treedt dit aspect weer meer naar voren.
3
Nescio, Verzameld werk. Deel 2. Natuurdagboek 1946-1955, p. 71, 137.
4
Een aantal recensenten ontwaarde in het dagboek mystieke elementen. Zie hierover: Maurits Verhoeff, ‘Telkens afgestapt om terug te kijken. Nescio’s weg door de naruur’, in: Goffe Jensma en Yme Kuiper (red). De god van Nederland is de beste. Elf opstellen over religie in de moderne Nederlandse literatuur. Kampen 1997, p. 65-79.
5
Chr.J. van Geel, Dan kom ik aan, als het schikt. Drie brieven aan Nescio. Bezorgd door Elly de Waard. Castricum 1979, p. 7.
6
W. Zimmerman, ‘Herinnering aan Nescio. Amsterdammer en natuurliefhebber’, in: Nieuwe Rotterdamsche Courant van 22-8-1961. Ook in: Lieneke Frerichs (red.), Over Nescio. Beschouwingen en interviews. ‘s-Gravenhage 1982, p. 268-270. Zie voor Willem Zimmerman: Maurits Verhoeff, ‘Een vriend van Nescio’, in: De Parelduiker 2 (1997) 2, p. 70-72.
7
Zie voor de Bond Heemschut: Ton Koot (red.), Strijd om schoonheid. 50 jaar Heemschut. Amsterdam 1961. Zie voor de Vereniging Natuurmonumenten: A.S. Fris, e.a. (red.), Honderd meter groene archieven. Archieven van Natuurmonumenten 1905-1977. De geschiedenis van de organisatie weerspiegeld in historische stukken. Amsterdam 1995.
8
Verzameld werk. Deel 1, p. 409.
9
In het februari-nummer van het bondsblad wordt Grönloh genoemd in de lijst met nieuwe leden, Heemschut 24 (=25) (1948) 7 (=1), p. 16.
10
Archief Bond Heemschut, Gemeentearchief Amsterdam, zonder inventaris. Met dank aan J. Verseput van het archief voor zijn hulp bij het onderzoek.
11
Deze brief schreef Grönloh dus nog voordat hij lid werd van Heemschut.
12
Men zij gewaarschuwd.
13
Natuurdagboek, p. 48.
14
Ook in spelling was Grönloh conservatief. Opvallend is daarom dat hij enkele plaats- en straatnamen in een moderne spelling schreef.
15
A.G.M. Boost, ‘De Pettelaersdijk’, in: Heemschut 27 (1950) 3, p. 54.
16
Natuurdagboek, p. 357.
17
Nescio, ‘Jeugddagboek’. Het manuscript is te zien in de tv-documentaire ‘Signalement Nescio’, van Henk de By uit 1964.
18
‘Buiten-IJ’, in: Verzameld werk. Deel 1, p. 126.
19
‘Het begon eerder dan we gedacht hadden’, in: Verzameld werk. Deel 1, p. 346.
20
Verzameld werk. Deel 1, p.43.
21
Vanwege zijn werk op het handelskantoor Holland-Bombay T.C. had Grönloh in de jaren twintig en dertig Londen regelmatig bezocht.
22
Grönloh verwijst vermoedelijk naar de rede van de Amsterdamse burgemeester A.J. d’Ailly op 2 februari 1951, ter gelegenheid van het veertigjarig jubileum van Heemschut. In de (kranten)verslagen komt deze zinsnede niet voor. Het is dus mogelijk dat Grönloh bij de viering zelf aanwezig was.
23
Heemschut 26 (1949) 3, p. 37; 26 (1949) 5, p. 68. Grönlohs weduwe bleef trouw aan de idealen van haar echtgenoot: de opbrengst van Nescio’s boekje De X Geboden (1971) stond zij af aan Heemschut.
24
Bij het organiseren van een tentoonstelling over literaire handschriften kwam de criticus W.L.M.E. van Leeuwen (1895-1974) in 1954 in contact met Grönloh. Zie: Natuurdagboek, p. 368, 509. In 1920 en ’21 had Grönloh enkele cursussen over Franse literatuur gevolgd bij K.R. Gallas (1868-1956). Zie: Natuurdagboek, p. 165, 462.
25
Verzameld werk. Deel 1, p. 194.
26
Uit de brief van Heemschut blijkt ook dat Grönloh zijn vriend de schilder Kees Zwolsman (1906-1968) had opgegeven als potentieel lid. Diens naam komt echter niet voor op de ledenlijsten.
27
Afschift door Van Geel in een brief van 21-3-1953 aan Enno Endt, in: Chr.J. van Geel, Dan kom ik aan, als het schikt, p. 19. W.J.H.B. Sandberg was directeur van het Stedelijk Museum. De populieren komen inderdaad voor in het verhaal ‘Een lange dag’ (Verzameld werk. Deel 1, p. 142).
28
Gevaar bij uitstel.
29
Ton Koot, ‘Op heemwacht’, in: Heemschut 29 (1952) 2, p. 81-82.
30
Natuurdagboek, p. 234.
31
Zie voor Mutua Fides: W.R.H. Koops, ‘Van noord ruimend naar oost 1945-1954’, in: idem, Opstellen rond de Groningse Universiteit. Groningen 1990, p. 9-28.
32
Natuurdagboek, p. 296.
33
Verzameld werk. Deel 1, p. 13.
34
Natuurdagboek, p. 119. De watertoren was op 19 februari 1945 door de bezetter opgeblazen.
35
De tekst van de brief, ondertekend met ‘Nescio’, is niet opgenomen in het Verzameld werk.
36
Max Dendermonde had de naam van de stad gespeld als ‘Zieriksee’. Verrassend genoeg was deze schrijfwijze geïntroduceerd door Heemschut. In de Heemschutserie verscheen in 1946 het boek De historische schoonheid van Zieriksee van J.J. Westendorp Boerma. Met deze spelling wilde de auteur de herkomst van de naam duidelijk maken: Zierik (persoonsnaam) en ee (watertje).
37
Brief aan M.L. Nuis dd 17-2-1952, particuliere collectie.