Over dit hoofdstuk/artikel

over Het behouden huis

over De aanslag


Edward Grasman


+
edward grasman (1953) is als kunsthistoricus verbonden aan de Universiteit Leiden, afdeling voor Oude Beeldende Kunst. Hij publiceert vooral over de manier waarop kunstgeschiedenis geschreven wordt, met bijzondere aandacht voor Italië en Nederland.
1
Willem Frederik Hermans en Gerard Reve, Verscheur deze brief! Ik vertel te veel. Een briefwisseling. Bezorgd door Nop Maas en Willem Otterspeer (Amsterdam 2008) en Willem Frederik Hermans, Je vriendschap is werkelijk onbetaalbaar. Brieven aan Geert van Oorschot. Bezorgd door Nop Maas (Amsterdam 2004).
2
Hans van Straten, Hermans, zijn tijd, zijn werk, zijn leven (Soesterberg 1999), p. 248.
3
Zie voor de versie van Hermans zelf: Willem Frederik Hermans, Door gevaarlijke gekken omringd (Amsterdam 1988), p. 285-286. Zie voor die van anderen: Ronald Havenaar, Muizenhol (Amsterdam 2003), p. 131, met Cees Nooteboom als zegsman.
4
In 1953 nam Hermans Het behouden huis op in de verhalenbundel Paranoia.
5
Willem Frederik Hermans, Mandarijnen op zwavelzuur (Amsterdam 19764/2), p. 208.
6
Idem, p. 14.
7
Hermans heeft zich wel positief uitgelaten over Oude lucht van Mulisch, uit 1977. Zie: Scheppend nihilisme. Interviews met Willem Frederik Hermans. Samengesteld en ingeleid door Frans A. Janssen (Amsterdam 19833), p. 351. Volgens Havenaar zou Hermans Mulisch twee jaar voor zijn dood, op 27 april 1995, ‘heel begaafd’ hebben genoemd. Zie: Havenaar, Muizenhol, cit., p. 131.
8
Bob Polak, ‘Tachtig jaar niets’ in: Hermans-magazine 16/63 (juni 2007), p. 112. Het genoemde interview vond op 16 juli 2002 plaats met Wilfried Hendrickx van Humo.
9
Havenaar, Muizenhol, cit., p. 130. Zie ook: Hermans, Door gevaarlijke gekken, cit., p. 284-285.
10
De aanslag had Hermans niet kunnen boeien. Al op pagina 15 zou hij de draad zijn kwijt geweest: ‘te ingewikkeld, te inconsequent allemaal’. Zie: Ad Fransen, W.F. Hermans, een Hollander in Parijs (Amsterdam 2005), p. 134-135. Fransen suggereert een verband tussen dit oordeel en jaloezie op het verkoopsucces van Mulisch.
11
Hermans, Mandarijnen, cit., p. 10-13.
12
Idem, p. 209.
13
Harry Mulisch, ‘Korte oriëntatie’ in: De oer-aanslag. Toegelicht en bezorgd door Marita Mathijsen (Amsterdam 1996), p. 9-10.
14
Mulisch (in: NRC Handelsblad, 8 oktober 1982) zoals aangehaald in: Frans C. de Rover, Over De aanslag van Harry Mulisch (Amsterdam 1985), p. 8.
15
Marita Mathijsen, ‘Toelichting’ in: De oer-aanslag, cit., p. 104.
16
Idem, p. 101.
17
De Rover, Over De aanslag, cit., p. 116.
18
J.J. Oversteegen, Voetstappen van WFH. Opstellen over W.F. Hermans (Utrecht 1982), p. 27.
19
Jan Hein Donner, Mulisch, naar ik veronderstel (Amsterdam 1971), p. 20-21, zoals aangehaald in: De Rover, Over De aanslag, cit., p. 134.