Over dit hoofdstuk/artikel

over De ondergang van de familie Boslowits


Igor Cornelissen


+
igor cornelissen (1935) is journalist. Hij publiceerde eerder in De Parelduiker over George Orwell, Jaap Meijer, Hans van Straten en Wouter Wagener, alias Maurits Duivenis in De Avonden.
1
Nop Maas, Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven. Deel I. De vroege jaren (1923-1962). Bijna al het materiaal voor dit artikel had ik al verzameld voordat de biografie van Maas verscheen. Ik ben vooral Odette Vlessing van het Stadsarchief Amsterdam en Koos Schell van het Meertens Instituut erkentelijk voor hun enthousiaste hulp en adviezen.
2
Igor Cornelissen, ‘Het verhaal dat Van het Reve nooit schreef’, Vrij Nederland, 3 juli 1976. Wouter Wagener hoorde zijn vriend neerbuigend spreken over Tine Fraterman als ‘twee bustes en een kut’. Volgens Wagener zag hij niet veel in haar.
3
Maas, p. 218.
4
Op internet werd door antiquariaat Fokas Holthuis een vrijwel gaaf exemplaar, met het stofomslag van Tientje Louw, aangeboden voor 950 euro.
5
Nieuw Israelietisch Weekblad, 2 februari 1951.
6
De Joodse Wachter, 23 maart 1951.
7
Ame op de Weegh, ‘Stof en stilering van De ondergang van de familie Boslowits’, Nederlandse Letterkunde 13 (2008) 3 (december).
8
Emmy Huf, ‘Mijn zoons hebben hun literaire begaafdheden niet van een vreemde’, Accent, 16 januari 1971.
9
Gerard Kornelis van het Reve, De ondergang van de familie Boslowits. Werther Nieland (Amsterdam 1970).
10
Nol Gregoor, De jongen die Werther Nieland werd (Utrecht 1983). In de oorspronkelijke kopij van Gregoor staat Bobrovnitzky, wat er op wijst dat Karel van het Reve de naam goed uitsprak. Oorspronkelijke kopij in collectie Thijs Wierema, Amsterdam. Gerben Wynia, ‘Het elektrotechnisch wonder Robert Hartog, jeugdvriend van Gerard Reve’, De Parelduiker, 2008/5.
11
Door de cpn was toen het valse gerucht verspreid dat vader Van het Reve nsb‘er was geworden zodat bijna alle communisten contact met hem meden. Zie Karel van het Reve, Verzameld werk 3 (Amsterdam 2009), p. 664.
12
Maas, p. 25-26.
13
Tom Rooduijn, 18 maart 2009.
14
F.A.C. Kluiters, De Nederlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten (‘s-Gravenhage 1993), p. 182 e.v.
15
Het is Walter Etty niet gelukt de schets van Johannes Proost te schrijven. Proost werd op 3 mei 1940, samen met twee andere communisten en achttien nationaal-socialisten (onder wie mr. M.M. Rost van Tonningen), op last van de Nederlandse regering gearresteerd en geïnterneerd. Het was de bedoeling ze naar Groot-Brittannië te vervoeren, maar dat werd door het snelle oprukken van de Duitse legers verhinderd. Proost werd aan de Sicherheitsdienst overgeleverd en stierf in 1942 in een Duits concentratiekamp.
16
Jacques de Kadt, Uit mijn communistentijd (Amsterdam 1965), p. 157.
17
Biografisch woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging vii (Amsterdam 1998). Lemma: Gerard Johannes Marinus van het Reve, door Henny Buiting. G.J.M. van het Reve, Mijn rode jaren. Herinneringen van een ex-bolsjewiek (Utrecht 1967), p. 147 e.v.
18
Gezinskaart Bertha Monasch, Stadsarchief Amsterdam.
19
Aantekening van het gesprek op 21 juli 1972 van Walter Etty met mevrouw Monasch.
20
Ger Harmsen, ‘De Wijnkoop-partij 1926-1930’. In: Nederlands kommunisme. Gebundelde opstellen (Nijmegen 1982). Harmsen meldt de volgende cijfers die een indruk geven van de invloed van het communisme in Nederland. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1927 kreeg de cph cc (Wijnkoop) 14.446 en verwierf de cph Amstel (Seegers) 10.572 stemmen in Amsterdam. Beide partijen kregen twee zetels in de Amsterdamse raad. Bij de Kamerverkiezingen van 1929 gingen er ongeveer 30.000 stemmen naar de Wijnkoop-partij en 37.000 naar de door Moskou erkende cph Amstel. Er waren meer revolutionaire stemmers, maar die steunden Henk Sneevliet, die met Moskou had gebroken. Zeer uitgebreid over het conflict is de dissertatie van Gerrit Voerman, De meridiaan van Moskou. De CPN en de Communistische Internationale (1919-1930) (Amsterdam 2001). Maar ook bij hem géén Bobrownitzki.
21
J. de Kadt, Uit mijn communistentijd (Amsterdam 1965), p. 195-196.
22
Interview met Emmy Huf, Accent, 16 januari 1971.
23
Igor Cornelissen, ‘Sal Santen: “Ík ben geen vijand van de beweging. Ik ben schrijver geworden”.’ Vrij Nederland, 16 oktober 1982. Sal Santen, die op het redactiearchief van Het Parool werkte, en Van het Reve van de stadsredactie woonden bij elkaar in de buurt. Ze fietsten vaak samen op. Zie Maas, p. 193.
24
Op gezag van Tine Fraterman, Reves vriendin tijdens de oorlog, meldt Nop Maas dat Alphons Bobrownitzki wegens syfilis in een ziekenhuis was opgenomen. Fratermans bron moet dan weer Reve zijn geweest die mij op dit punt onbetrouwbaar lijkt. Over die ziekte werd destijds zeer geheimzinnig gedaan. Hoe moest Reve aan die kennis komen?
25
Ook in De Avonden komen de twee zoons en dochter van Jan en Annie Romein voor.
26
‘De sociale positie van Sinterklaas’, opgenomen in Gerard Reve, Archief Reve 1931-1960 (Baarn 1981). Oorspronkelijk gepubliceerd in De Vrije Katheder.
27
De ondergang van de familie Boslowits, p. 36-37.
28
Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland (internet). Het Digitaal Monument meldt ten onrechte dat Alphons Bobrownitzki de oorlog heeft overleefd.
29
Huwelijksakte 20 augustus 1919, no. 90 (Archief gemeente Heerenveen). Een zuster van Engel, Sara Veldman, was op 7 mei 1910 getrouwd met de socialistische theoreticus en zionist Sam de Wolff.
30
Gezinskaart Alphons Bobrownitzki (Stadsarchief Amsterdam). In andere stukken wordt de naam van de moeder gespeld als Ernestine Placzek.
31
De ondergang van de familie Boslowits, p. 21-22.
32
In het verhaal ‘Haringgraten’ in Tien vrolijke verhalen (Amsterdam 1969), p. 59.
33
Ger Harmsen, Daan Goulooze. Uit het leven van een communist (Utrecht 1967).
34
De ondergang van de familie Boslowits, p. 22-23.
35
Angenies Brandenburg, Annie Romein-Verschoor 1895-1978. Deel I/Leven en werk (Amsterdam 1988), p. 192. De families Romein en Rutgers bezaten samen een kleine villa in Huizerhoogt, tussen Huizen en Blaricum.
36
Rapport Centrale Inlichtingendienst no. 266, verzonden onder andere aan het ministerie van Binnenlandse Zaken.
37
Hans Olink, ‘De revolutie die niet doorging’, HP/De Tijd, 25 augustus 1995.
38
Een biografische schets van ir. S.J. Rutgers verscheen in deel 2 van het Biografisch Woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging in Nederland (Amsterdam 1987). Hans Olink, De vermoorde droom (Amsterdam 1993), p. 133.
39
Volgens Olink in De vermoorde droom kreeg Rutgers op het hoogtepunt van de terreur in de Sovjetunie van hogerhand het dringende advies het land te verlaten. Nederlandse vrienden van Rutgers waren al gearresteerd wegens ‘trotskisme’.
40
‘Tsjeard Gs. de Vries wit alles fan aijen ôf’, Leeuwarder Courant, 18 juni 1955.
41
Met dank aan Koos Schell van het Meertens Instituut die enthousiast in de correspondentie dook.
42
Brief en foto’s in archief ir. S.J. Rutgers, iisg Amsterdam.
43
Archief S.J. Rutgers, iisg Amsterdam (inv. nr. 24).
44
Volgens de vroegere partijbestuurder van de cpn Jaap Wolff, verrichtte Sal. Diamant vertaalwerk voor de Sovjetrussische ambassade. ‘Zijn Russisch was veel beter dan het mijne, maar hij kwam nogal eens langs bij mij op het secretariaat om over een juiste vertaling van een uitdrukking of zin te praten. Hij was heel secuur en streng in de leer.’ Gesprek 8 november 2009. In 1960 tekende Sal. Diamant de oproep ter herdenking van de Februaristaking als ‘gepensioneerd bankambtenaar’. Joop Morriën, vele jaren actief in de cpn en redacteur van De Waarheid, acht het niet onmogelijk dat Diamant in de luwte werd gehouden omdat hij als bankemployé de partij goede diensten zou kunnen bewijzen. Gevraagd wat dat zou kunnen zijn, antwoordde Morriën: ‘Nou ja, geld omwisselen of zo.’ Gesprek met Morriën, 13 november 2009.
45
Centrale Inlichtingendienst N 21811 geheim, ‘s-Gravenhage, 6 maart 1930.
46
Archief S.J. Rutgers, iisg Amsterdam (inv. nr. 26).
47
Overlijdensregister Burgerlijke Stand Amsterdam 1951, deel 12, p. 55 (Stadsarchief Amsterdam). De akte is van 20 november 1951. Hier wordt de naam van de moeder gespeld als Ernestine Polaczek.
48
Engel Veldman is, volgens Digitaal Monument Joodse Gemeenschap Nederland, op 14 september 1942 vermoord in Auschwitz.
49
Stadsarchief Amsterdam. Archief 714 van de Nederlands Israelietische Hoofdsynagoge, nr. 2071.
50
Igor Cornelissen, De GPOe op de Overtoom. Spionnen voor Moskou 1920-1940 (Amsterdam 1989).
51
‘Speuren naar Sporen uit de Eelder geschiedenis’, Dorpsklanken, 28 februari 2007.
52
Het is uiterst vreemd dat volgens het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland deze Siegfried Bobrownitzki op 26 oktober 1942 in Auschwitz zou zijn overleden.
53
Odette Vlessing vond in het Stadsarchief Amsterdam het stukje uit De Waarheid. De in het archief Rutgers bewaarde foto’s van de plechtigheid en van de steen zijn gemaakt door Hans Wolf die in de jaren vijftig fotografeerde voor De Waarheid.
54
Mededeling door de heer J.J. Teeuwisse, 20 oktober 2009.