+
Peter de Bruijn (1965) is verbonden aan het Huygens Instituut (KNAW) te Den Haag. Hij bezorgde onder meer de kritische editie van het Volledig werk van Willem Elsschot (11 dln).
*
Mijn speciale dank gaat in de eerste plaats uit naar prof. dr. Ph.D.A. (Flip) Treffers, eigenaar van de Elsschot-brieven en andere documenten (o.a. het opdrachtexemplaar van Pensioen), en naar Jules Roijaards, die het archief van Georgette Hagedoorn beheert, voor de ruimhartige inzage en medewerking ten behoeve van dit artikel. Cyriel Van Tilborgh bezorgde mij Georgette Hagedoorns brieven uit het archief-Elsschot, alsmede het opdrachtexemplaar van Verzen uit zijn bezit. Thijs Wierema was mij zeer behulpzaam bij het opsporen van de andere opdrachtexemplaren, waarvan drie uit zijn bezit (Villa des Roses, Het Tankschip en Het Dwaallicht) en één uit het bezit van Walter Mees (Lijmen/Het Been). Verder bedank ik Wieneke ’t Hoen, Fokas Holthuis, Vic van de Reijt, Marc Somers en Jeroen Zaal voor hun uiteenlopende bijdragen. Ten slotte dank aan de medewerkers van de geraadpleegde (archief)instellingen: het Theater Instituut Nederland, de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience Antwerpen, het AMVC-Letterenhuis en het Letterkundig Museum.
1
Fokas Holthuis, ‘Van Stockum, 14-16 juni 1995’ [in de rubriek: ‘Veilingen’]. In: De Boekenwereld 12 (1995), afl. 1 (oktober), p. 50-51.
2
Joos Florquin, ‘Georgette Hagedoorn’. In: Dez., Ten huize van… 13. Brugge, 1977, p. 9-64; zie p. 24 e.v. over haar eerste ontmoeting met Nijhoff. De relatie ontstond in januari 1930 en hield stand tot april 1931.
3
Martine Cuyt, Willem Elsschot, man van woorden. Antwerpen/Amsterdam, 2004, p. 105.
4
Jan van Hattem, Willem Elsschot: mythes bij het leven. Een biografie. Antwerpen/Amsterdam, 2004, p. 521.
5
Ida De Ridder, Fine. Levenslang met Elsschot. Amsterdam, 2007, p. 63.
6
Georgette Hagedoorn, Georgetterietjes. Amsterdam, 1986, p. 145. Zie over ‘De Nederlandsche Toneelgroep’: Jos Paardekooper, Theater aan de IJssel. Een geschiedenis van de Deventer Schouwburg. Kampen, 2006, p. 116-117.
7
Brief aan Truus Granpré Molière-van Reysen, 8 april 1937 (collectie Theater Instituut Nederland).
8
J.d.S., ‘Schouwburgnieuws. Kon. Ned. Schouwburg. Opening van het seizoen. Een Midzomernachtsdroom’. In: Handelsblad van Antwerpen, 19 september 1937.
9
Zie Toon Brouwers, ‘Joris Diels: glorie en verguizing’. In: Toon Brouwers e.a. (red.), Tussen De Dronkaerd en Het Kouwe Kind. 150 jaar Nationael Tooneel, kns, Het Toneelhuis. Gent/Amsterdam, 2003, p. 105-131, met name p. 114.
10
J.v.G., ‘Opvoering van Brusse’s “Boefje” in de bewerking van J. Van Der Poll’. In: De Standaard 29 maart 1938.
11
Anoniem, ‘Het leven te Antwerpen. “Waarom lieg je, Chérie” bij Joris Diels’. Ongedateerd knipsel.
12
Zie Toon Brouwers, ‘Joris Diels: glorie en verguizing’, p. 115-118. Zie ook Peter Benoy, ‘1938. Joris Diels verlaat de Koninklijke Nederlandse Schouwburg te Antwerpen. Diels’ bijdrage aan het toneel in Antwerpen in de jaren dertig en veertig’. In: R.L. Erenstein e.a. (red.), Een theatergeschiedenis der Nederlanden: tien eeuwen drama en theater in Nederland en Vlaanderen. Amsterdam, 1996, p. 644-651.
13
Brief, collectie Theater Instituut Nederland.
14
Brief aan Arthur van Rantwijk, 14 februari 1940, zie Willem Elsschot, Brieven. Verzameld en toegelicht door Vic van de Reijt m.m.v. Lidewijde Paris. Amsterdam, 1993, p. 384.
15
Zie voor het hele relaas: Florquin, ‘Georgette Hagedoorn’, p. 41-44.
16
Zie de afbeelding op p. 6. In de jaren dertig vormden Georgette en Ben Roijaards, samen met diens moeder Jacqueline Roijaards en acteur Lou Ezerman, het gezelschap ‘’t Klein Toneel’, dat een gevarieerd cabaret bracht met onder andere ‘zangspelen’ en ‘chansons’.
17
Florquin, ‘Georgette Hagedoorn’, p. 44.
18
Anoniem, ‘Georgette Hagendoorn [sic] bezong den man’. In: Volk en Staat, 13 juli 1943.
19
Anoniem, ‘Kon. Nederl. Schouwburg. “De mooiste oogen van de wereld”’. Ongedateerd knipsel [begin juni 1943].
20
Om precies te zijn: tot en met de derde druk van Tsjip uit 1942.
21
Ter omzeiling van de Kultuurkamer gaven Georgette Hagedoorn en Pierre Verdonck in Nederland uitsluitend huisconcerten, zie haar relaas in Florquin, ‘Georgette Hagedoorn’, p. 46.
22
Beide kranten van 28 september 1945.
23
Florquin, ‘Georgette Hagedoorn’, p. 43.
24
Marjan Berk, ‘Zeven minuten op vrijdag de dertiende’. In: Algemeen Dagblad, 13 januari 1992.
25
Zie Elsschot, Brieven, p. 738.
26
Brief, 11 februari 1950 (Elsschot, Brieven, p. 783). ‘Twee schelpen’ werd opgenomen in Daisnes bundel Met dertien aan tafel of knalzilver met schelpgoud. Brussel, 1950, p. 251-282.
27
Zie Wieneke ’t Hoen, ‘Met Elsschot in de taxi’. In: De Parelduiker 2 (1997), afl. 1 (maart), p. 69-71.
28
Zie Bert Van Raemdonck, Allemaal zeep aan onze zolen. Kroniek van het Nieuw Vlaams Tijdschrift (1945-1950). Antwerpen, 2006, p. 342. In haar herinnering verwart Mies Bouhuys (zie Cuyt, Willem Elsschot, man van woorden, p. 182-183) deze bijeenkomst met de ‘wilde nacht’ na ‘Schrijvers van Nabij’, ook de editeurs van de Brieven-uitgave (p. 783) doen dat. (Over het vermelde ‘gesprek met Elsschot’ is Bouhuys kennelijk eveneens abuis, gezien ‘Twee schelpen’, p. 255 en Elsschots brief aan Daisne, zie noot 26).
29
Verslag van de staat en werkzaamheden van het letterkundig genootschap Oefening Kweekt Kennis […] 1941-1951 […]. Den Haag, 1952, p. 22. De kwalificatie van Lampo is te vinden in Van Raemdonck, Allemaal zeep aan onze zolen, p. 343. Volgens Mies Bouhuys was Elsschot onverstaanbaar doordat hij ‘al bij het eerste gedicht zelf ontroerd raakte en bij “Het huwelijk” in tranen eindigde’ (Cuyt, Willem Elsschot, man van woorden, p. 182). Het verslag in de Nieuwe Courant van 29 november 1949 rept daarover met geen woord, maar vermeldt wel Elsschots voorlezing van een fragment uit Kaas: ‘Cerebraal, soms met bijtende spot en een diep gevoel op de achtergrond.’
30
Zie over beide bijeenkomsten: Willem Elsschot, Ik dank u allen zeer. Toespraken. Samengesteld en toegelicht door Peter de Bruijn. [Breda], 2007.
31
De door Nijhoff genoemde brief waarin de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen hem dit meedeelt is eveneens in het bezit van Flip Treffers. Nijhoffs toespraak is opgenomen in: Frans Smits e.a., Willem Elsschot. Feestreden uitgesproken ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag door Frans Smits, Albert Westerlinck, Raymond Herreman en Martinus Nijhoff op de plaatselijke zitting in de Feestzaal van de Stedelijke Middelbare en Technische School voor Handel en Administratie te Antwerpen op Zondag 11 Mei 1952. Amsterdam, 1952. Zie ook: Martinus Nijhoff, Verzameld werk II. Kritisch en verhalend proza. Tweede druk. Amsterdam, 1982, p. 1045-1050.
32
Flora Meyer. ‘Wandeling met Elsschot.’ In: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 9 april 1955.
33
Althans niet in de beschrijving die Veilinghuis Bubb Kuyper geeft van het condoléanceregister, zie de catalogus 42 (mei/juni 2005), veilingnummer 2338.
34
Cuyt, Willem Elsschot, man van woorden, p. 105.
35
De Verlossing wordt ook niet vermeld in de catalogus van Van Stockum, waar de opdrachtexemplaren (en de brieven) in 1995 voor het eerst zijn geveild.
36
Doorslag brief, 21 mei 1957, collectie erven Elsschot.
37
Dit exemplaar is in het bezit van Jules Roijaards.
38
Cuyt, Willem Elsschot, man van woorden, p. 105.
39
Van Hattem, Willem Elsschot: mythes bij het leven, p. 521.
40
Joos Florquin, ‘Georgette Hagedoorn’, p. 62. De Verlossing werd uitgezonden door de Avro op 9, 10 en 12 februari 1975.
41
Brief, collectie Jules Roijaards.
1
Niet gevonden.
1
Door perforatiegaten in de brief is op vier plaatsen tekst weggevallen.
2
Eind juni werd Georgette Hagedoorn geveld door paratyfus, een minder gevaarlijke vorm van tyfus met evenwel hetzelfde ziektebeeld en -verloop: hoge koorts en de ‘hevigste ingewandpijnen’, aldus het verslag van Nijhoff, met als gevolg dat ze ‘wartaal uitslaat, niet meer zien kan en ligt te krimpen van de pijn’. Pas op 24 september kan hij melden dat Georgette aan de beterende hand is, maar dat de nasleep nog wel twee jaar kan duren omdat ze ‘bacillendraagster’ blijkt te zijn. ‘Het ergste echter is, dat zij door de langdurige ziekte zeer is verzwakt, gedeprimeerd door deze nasleep en nu volledig moet worden onderzocht op bloed, maag, gal, etc.’ M. Nijhoff, Brieven aan mijn vrouw. Samengesteld en ingeleid door Andreas Oosthoek. Amsterdam, 1996, p. 233-238.
3
De uitgever Bert Bakker, zie de inleiding.
4
Zie (het slot van) Tsjip.
1
Elsschot verbleef de gehele maand augustus op zijn vakantieadres in Sint-Idesbald, zie Elsschot, Brieven, p. 761.
2
Het is niet duidelijk waar Elsschot deze naamsvariant vandaan haalt.
3
Voor de opening van de tentoonstelling ‘Schrijvers van nabij’ op 13 januari 1949, zie de inleiding.
4
Johanna van Lier, collega op de Werf Gusto, met wie Elsschot nog steeds contact had en van wie hij zojuist zelfs nog een brief had ontvangen (geschreven op 7 september, zie Cuyt, Willem Elsschot, man van woorden, p. 103; vergelijk ook p. 104). Elsschot zou haar ook meenemen naar de nvt-avond van het Haagse letterkundige genootschap ‘Oefening Kweekt Kennis’ op 28 november 1949, zie de inleiding.
5
Nijhoffs zoon Faan.
1
Volgens de agenda van Georgette Hagedoorn vertrokken zij en Nijhoff pas op donderdag 6 oktober naar Italië. De terugreis staat op 31 oktober genoteerd. Over een mogelijk bezoek aan Elsschot is niets terug te vinden.
1
Wanneer dit bezoek heeft plaatsgevonden is niet bekend. Vanaf 12 februari trad Georgette Hagedoorn, samen met haar vaste begeleider Pierre Verdonck, verscheidene keren op in de galaweek van het ‘artistiek verantwoord’ kleinkunst-cabaret Cyrano van Anton Peters, aan de De Keyserlei te Antwerpen. Een op 8 maart gepland optreden tijdens ‘De Komedianten-Nachtrevue’ in Schouwburg Empire verviel wegens ziekte (agenda Georgette Hagedoorn).
1
Gestuurd ter deelneming met het overlijden van Martinus Nijhoff op 26 januari, zie de inleiding.
2
Van 14 tot 19 februari stond in Cyrano het ‘Gala Georgette Hagedoorn’ op het programma, met Franse, Engelse en Nederlandse liedjes, omlijst door het vaste vocale ensemble ‘De Mastervoices’. In het programmaboekje had Georgette de ‘Geachte Sinjoren’ al met vooruitziende blik begroet (‘U weet dat een actrice nooit zichzelf mag zijn’), en uit het verslag van Sinjoorke (Willy Mertens) in ’t Pallieterke van 19 februari blijkt dat ze het er goed van afbracht: ‘een sprankelende Georgette Hagedoorn, gepresenteerd op een gouden schoteltje’. Bert Bakker had haar naar Antwerpen begeleid (dagboek Georgette Hagedoorn).
1
Op dinsdag 4 december trad Georgette Hagedoorn op voor de Vlaamse Oudleerlingenbond der Athenea van Antwerpen (volba), in de Koninklijke Nederlandse Schouwburg. Voor de pauze bracht ze een reeks levensliedjes (onder de titel ‘Over dingen… dieren, en… mensen’) en het ‘eenmanstoneel’ ‘L’Heure de l’Apéritif’, na de pauze bezong ze de ‘Vrouwen’. Het ‘boeket’ van de avond was ‘Une soirée au café-concert’, ‘dat als in een apotheose al de facetten van het rijke talent van Georgette Hagedoorn reflekteerde’, aldus De Standaard van 6 december. Het ‘talrijk opgekomen’ maar ‘uitgelezen publiek’ reageerde dan ook met ‘uitbundig’ en ‘werkelijk daverend applaus’. Ook de kranten waren vol lof: ‘Ze bespeelt met een charmante virtuositeit de snaar van het sentiment, het kluchtige en het dramatische, en haar voordracht is zowel in het Nederlands als in het Frans ongewoon zuiver en gevoelig’, schreef De Standaard. ‘Georgette Hagedoorn wipt en springt in deze cyclus, zonder dat het haar blijkbaar de geringste inspanning kost, van het vroede naar het sotte en zelfs naar het zeer melodramatische’, aldus ’t Pallieterke van 13 december. Speciale vermelding kreeg ditmaal ook Hagedoorns gave om met een ‘minimum aan middelen’ (‘een hoed of een sjaal’) een typetje neer te zetten, of zelfs de hele scène zo aan te kleden ‘dat men zich in een café kon wanen’ (aldus de Volksgazet van 5 december). Volgens ’t Pallieterke toverde ‘Mevr. Hagedoorn’ de sfeer van de plaats van handeling ‘op een zodanig suggestieve manier dat ge, wanneer het nummer uit is, enigszins verwonderd de afwezigheid van decor vaststelt en weer merkt dat er zich op het toneel niets bevindt dan een aartslelijke, stoffige en beschadigde piano.’
1
De viering van Elsschots vijfenzeventigste verjaardag (7 mei) zou op zaterdag 5 mei beginnen met ‘een feest voor een goede twintig vrienden’ en ‘een vat met 225 liter fluwelen Franse rode wijn’. Op maandag 6 mei stond de officiële huldiging in het Antwerpse stadhuis gepland, 7 mei was voor de viering in huiselijke kring gereserveerd (zie Elsschot, Ik dank u allen zeer, p. 26).
2
Elsschots uitgever.
1
Vermaarde rol uit ‘Femmes de Paris’, door Georgette Hagedoorn honderden keren gespeeld, tot kort voor haar dood.
1
Op deze postkaart volgde op 21 mei een opdrachtexemplaar van het Verzameld werk, dat ter gelegenheid van Elsschots jubileum was verschenen, zie de inleiding.
1
Elsschot voldeed aan dit verzoek met een variatie op de beginregels van Victor Hugo’s gedicht ‘Lorsque l’enfant parait’ (Les feuilles d’automne xix, 1831), dat hij ooit ook als motto bij het laatste hoofdstuk van Tsjip had gebruikt (om precies te zijn: tot en met de derde druk (1942), zie ook de inleiding):
Lorsque Georgette paraît, le cercle des fidèles, s’entr’ ouvre à grands cris. Son oeil fripon qui brille, fait briller tous les yeux. / vrij naar Victor Hugo
De aanbeveling sierde de rubriek ‘Losse blaadjes uit een privé lauwerkrans’, die verder was gevuld met loftuitingen vanuit Nederland (Godfried Bomans, Annie M.G. Schmidt, Hans Edinga en Ben Levi), Frankrijk (Leo Xanroff, ‘auteur van het chanson “Le fiacre”’), Italië (Jacques Ibert, ‘componist en directeur van het Institut de France’) en Engeland (Michael Powell, ‘filmregisseur’). Elsschot was de enige ‘buitenlander’ die geen introductie nodig had, al werd zijn naam wel verkeerd gespeld:
België / willem elschot.
2
Het getekende hartje was het symbool van Georgette Hagedoorns lijfspreuk ‘La chanson est une goutte de miel qui déborde du coeur’, die ook op het briefpapier staat afgedrukt (zie de inleiding).
1
De ‘datering’ is gebaseerd op het gegeven dat vanaf 1951 de Antwerpse telefoonnummers uit zes i.p.v. vijf cijfers bestonden.
1
Plaats en datum volgens poststempel. Voorbedrukte ansichtkaart, in onbekende hand geadresseerd aan ‘Hr A. de Ridder’.