Over dit hoofdstuk/artikel

Marco Daane

over Richard Minne


+
Marco Daane (1959) bezorgde de Verzamelde verhalen (1996) van Richard Minne. Hij werkt aan een biografie van Richard Minne.
1
Rondom Richard Minne. Samenstelling Daniël van Ryssel. ‘s-Gravenhage-Rotterdam/Brugge, 1971.
2
Dina Van Berlaer-Hellemans, De poezie van Richard Minne in het licht van de ironie. Hasselt, 1975, p. 273-278. Dit jaar verschijnt van de hand van schrijver dezes de Minne-bibliografie ‘Ik ben voor kort en goed’.
3
De genoemde gedichten zijn alle te vinden in In den Zoeten Inval en andere gedichten, Amsterdam, 1955 (21978).
4
Zie de inleiding bij de Memoires van Wies Moens, Amsterdam/Antwerpen, 1996, met name p. 37-40.
5
Biografische gegevens ontleend aan de Encyclopedie van de Vlaamse Beweging. Deel 2. Tielt/Utrecht, 1973-1975, p. 1174.
6
Robert Hozee e.a., Frits Van den Berghe. Catalogue retrospectieve tentoonstelling Museum voor Schone Kunsten Gent en Centraal Museum Utrecht, 1983/1984, p. 178. Deze catalogus vermeldt abusievelijk als eerste jaar van Van den Berghes medewerking 1931.
7
Letterkundige almanak voor Vlaanderen 1930. Redactie Urbain Van de Voorde, Marnix Gijsen, e.a. Mechelen/Amsterdam, s.d., p. 156-160.
8
De geciteerde brieven komen uit Wolfijzers en schietgeweren, Brussel/Rotterdam, 1942, p. 43, 90 en 93.
9
D. Pissens en J. Festraets, Vlaamsche weelde. Een keus van 75 koppen uit onze letterkunde. S.p. (Standaard Boekhandel), 1931, p. 61.
10
Eerder publiceerde hij epigonistisch werk, socialistisch-realistische gedichten en schetsen en politieke artikelen in studententijdschriften en socialistische organen.
11
‘Hetgestoorde feest’ en ‘Drie liedjes aan den wandelaar’, in Regenboog 1 (1918) 1, resp. p. 17-19 en p. 21-23.
12
Walter Thys, ‘Uit het leven en werk van André Jolles (1874-1946).’ In: De Nieuwe Taalgids 47 (1954), p. 129-137 en p. 199-208.
13
Nationaal Biografisch Woordenboek. Deel 8. Brussel, 1979, p. 578.
14
Cantré ontwierp een bronzen herinneringsmedaille voor de opening van de Hogeschool.
15
Wies Moens, Memoires, p. 207.
16
Yves Puissant, Genese en schipbreuk van de Vredesgroep der Socialistische Partij. 1908-1919. Een centristisch hervormingsprojekt binnen de Gentse B.W.P. tijdens de Eerste Wereldoorlog. Licentiaatsverhandeling, RU Gent, 1993.
17
Wies Moens, ‘De dichter Paul van Ostayen en de studenten der Gentse Vlaamse Universiteit (1916-1918)’, in Vlaamsche Arbeid, deel 23, nr. 1-2 (= jrg. 18), 1928 (Van Ostaijen-nummer), p. 175-178.
18
Parasie en Eeman publiceerden zelf uiteindelijk niet in Regenboog; Cantré leverde enkele tekeningen en hoursneden.
19
Wies Moens, Proza iii. Maastricht, 1972, p. 34-36.
20
Aula 2 (1918), p. 43-44, 152 en 159-160.
21
Achilles Mussche, ‘Vóór den Zoeten Inval’, in Rondom Richard Minne, p. 85.
22
De prospectus beloofde in juli 1917 zelfs ‘een reeks van 6 afleveringen, vanaf Augustus 1917 tot Januari 1918’.