Over dit hoofdstuk/artikel

Marco Daane

over Willem Elsschot

over Jan C. Villerius


+
Marco Daane (1959) is redacteur van De Parelduiker. Hij publiceerde eerder dit jaar de biografie De vrijheid nog veroveren. Richard Minne 1891-1965.
1
Alle voor dit artikel gebruikte brieven stammen, tenzij anders vermeld, uit het archief van Jan Villerius, geconsulteerd bij antiquariaat Aioloz te Leiden.
2
Elsschot leest voor. De briefwisseling tussen Willem Elsschot en Jan C. Villerius. Ed. Wieneke ’t Hoen en Vic van de Reijt. Amsterdam 1999, p. 16.
3
Zie noot 2.
4
Althans niet in Wilfried Pauwels’ De verdachten van september’ 44 (1990), Luc Huyses Onverwerkt verleden (1991), M. Conways Collaboration in Belgium (1993), Frank Seberechts’ Ieder zijn zwarte (1994) en Bruno de Wevers Greep naar de macht (1994); evenmin in de Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging (1998).
5
Zie noot 2, p. 65. De brieven verdienen uiteraard een uitvoerige bestudering, die het bestek van dit artikel echter te buiten gaat.
6
Ook op andere manieren kwam Villerius aan getuigenissen en gegevens over het ontstaan van Elsschots werk. Het verhaal over de rijd dat de De Ridders in de Snellinckstraat 49a te Rotterdam woonden (in Bzzlletin 45, april 1977, p. 15), had Walter De Ridder op 5 januari 1968 per brief opgedist aan de daar vermelde Z. Kraaieveld te Rotterdam. Deze Elsschot-liefhebber heeft die brief aan Villerius toegespeeld. Zo ook Alfons De Ridders brief aan Walter d.d. 13 juli 1921, later omgewerkt tot het begin van De leeuwentemmer (Brieven, p. 59-63).
7
Zie daarvoor Willem Elsschot, Brieven (Ed. Vic van de Reijt en Lidewijde Paris. Amsterdam 1993), p. 132-133, en voor Elsschots herhaalde pogingen p. 136, 148 en 155.
8
Willem De Ridder aan Jan Villerius, 18 april 1964.
9
Ida De Ridder, Willem Elsschot, mijn vader. Amsterdam 1994, p. 82. Volgens wijlen Johan Anthierens herinnerde Ida zich zelfs dat Willem ‘ontstemd […] reageerde op het artikel in De Nieuwe Taalgids’. Die lezing is waarschijnlijk voor Anthierens’ rekening. (Willem Elsschot. Het Ridderspoor. Amsterdam/Leuven 1992, p. 143.)
10
Jan De Ridder aan Jan Villerius, 21 juli 1962.
11
Deze en volgende fragmenten uit een brief van Jan De Ridder aan Jan Villerius, 13 september 1962.
12
Dat deed hij niet zonder aanleiding: over Wells had hij met Elsschot gecorrespondeerd; van diens feilloze geheugen inzake Poe’s teksten was hij getuige geweest. Zie Elsschot leest voor, resp. p. 79 (ook in Brieven, p. 1008) en 174.
13
Het was op 31 maart van dat jaar verschenen in de nrc. Zie Elsschot leest voor, p. 154-156.
14
Walter De Ridder aan Jan Villerius, 1 maart 1965. Het betrof volgens Walter een onvolledig deel van achttien handgeschreven bladen, getiteld Maria Van Dam. Tevens bezat hij twee bundels typoscript ‘definitieve tekst’, met verbeteringen.
15
Jan Villerius aan Walter De Ridder, 6 maart 1965.
16
Walter De Ridder aan Jan Villerius, 13 maart 1965.
17
Fred Batten aan Jan Villerius, 9 juli 1977.
18
Jan van Nijlen aan Fred Batten, 2 september 1962. Kopie in coll. Jan Villerius (origineel coll. nlmd).
19
Jan Villerius aan Fred Batten, 17 maart 1978. De datum van die brief was overigens dezelfde als die van zijn antwoord aan Reinold Kuipers waarmee dit artikel opent. Net als Kuipers had hij Batten (zie noot 17) driekwart jaar in het ongewisse gelaten over zijn reactie.
20
Jan Greshoff, ‘“Willem Elsschot” door B.F. van Vlierden. Cynisch verward met strijdbaar in het leven’, in Het Vaderland, 6 oktober 1962, p. 3.
21
De uitvoeringen ervan waren al lang (in 1960 en 1961) achter de rug.
22
ontwerp’, ongedateerd. Villerius had tevens een afschrift klaarliggen van Manuel van Loggems brief aan Elsschot van 14 maart 1958, met daarin onder meer diens vraag over het plan voor een toneeluitvoering van Lijmen/Het been (zie daarover Brieven, p. 995-997; Van Loggems brief was ten tijde van die publicatie nog niet gevonden). Idem met een brief van de Nederlandse Comedie, 23 mei 1958, naar aanleiding van de overeenkomst met Van Loggem, waarin het onder meer ging over het honorarium voor Elsschot.
23
Adèle De Ridder aan Jan Villerius, 30 oktober 1962.
24
Jan Villerius aan Adèle De Ridder, 1 november 1962.
25
Een zekere Jetty Rombouts heeft op 25 oktober 1962 wel een boze brief over Greshoffs uitval gestuurd aan het dagblad. Die is echter nooit gepubliceerd.
26
Jan Villerius aan Adèle De Ridder, 13 maart 1965.
27
Ibid.
28
Op 12 januari 1971, na ruggespraak met Walter.
29
Adèle De Ridder aan Jan Villerius, 26 maart 1977. Ze drukte hem op het hatt de ‘zeer persoonlijke brieven die mijn vader mij naar Polen zond ten tijde dat ik het kind [Tsjip] probeerde te ontvoeren’ niet te publiceren.
30
Walter De Ridder aan Jan Villerius, 17 september 1981.