Over dit hoofdstuk/artikel

Lisa Kuitert


+
Lisa Kuitert is als onderzoeker verbonden aan het Huizinga Instituut te Amsterdam. In 1993 promoveerde zij op Het ene boek in vele delen. De uitgave van literaire series in Nederland 1850-1900.
1
E. van Calcar, ‘Hoe ik door ervaring tot overtuiging kwam’, Op de grenzen van twee werelden 1885 p. 133-195. Zie ook J.H. Sikemeier, Elise van Calcar-Schiotling. Haar leven en omgeving haar arbeid haar geestesrichting. Haarlem 1921, p. 647
2
De negentiende eeuw I (1977) p. 13-25; ii (1978) p. 2-8; iv (1980) p.2-13; vii (1983) p.260-276. De inventarisatie over de periode 1850-1879 is niet gepubliceerd, maar werd mij door Marita Mathijsen ter inzage gegeven, waarvoor hartelijk dank.
3
G.J. Johannes, De barometer van de smaak. Tijdschriften in Nederland 1770-1830. Den Haag 1995 (Nederlandse cultuur in Europese context, monografieën en studies dl 2) p. 70-75
4
Idem p. 72
5
Zie hiervoor L.J. Rogier, Het tijdschrift ‘Katholikon’ 1827-1830. Mededelingen der Koninklijke Nederlandse Akademie van wetenschappen, afdeling Letterkunde. Nieuwe reeks, deel 20, nr 12. Amsterdam 1957 (afzonderlijk uitgegeven)
6
Idem p. 20
7
Jan ten Brink, Geschiedenis van Noord-Nederlandsche Letteren in de xix eeuw […] Herziene druk, derde deel, p.431
8
Sikemeier, op.cit. (noot 1) p. 652
9
Zie C.G.N. de Vooys, ‘Apollo, Argus en Nederlandsche Mercurius’ en ‘Iets over Adriaan van der Hoop als criticus’ in (id.), Verzamelde letterkundige opstellen. Nieuwe bundel. Antwerpen enz. 1947, pp 96-129. Vooral p. 100.
10
Zie over hem: Pieter van Wissing, ‘“Heethooftige en speculateur” Petrus de Wacker van Zon (1758-1818)’, Documentatieblad 18e eeuw 24 (1992) nr 2 p. 175-199
11
J.G. Frederiks en F.J.P van den Branden, Biographisch Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandsche Letterkunde. Amsterdam z.j. (tweede omgewerkte druk)
12
Zie over hem: Hans van der Veen, Register op het Amstels Schouwtooneel van A.L. Barbaz, alsmede op het weekblad De Fortuin en op de kwartaaluitgave Mengelwerken. Uitgave in eigen beheer, 1987 z.p.
13
Zie P.J. Buijnsters, ‘Spectatoriale tijdschriften in Nederland 1718-1800’, in (id.), Nederlandse literatuur van de achttiende eeuw. Veertien verkenningen. Utrecht 1984, p. 36-47
14
Zie ook Lisa Kuitert, Het ene boek in vele delen. De uitgave van literaire series 1850-1900. Amsterdam 1993, p. 55
15
Idem p.37-43 en p.87
16
W.J.A. Huberts, W.A. Elberts, F.J.P. van den Branden, Biographisch Woordenboek der Noord- en Zuid-Nederlandsche letterkunde. Deventer 1878.
17
In de Uilenspiegel van 6 juli 1872 werden De Levensbode en de Ideen samengepakt en beschouwd als ‘nieuwe tijdschriften’ die hier gekscherend Bijdragen tot het cynisme der 19e eeuw werden genoemd.
18
Zie voor een uitvoerig overzicht van Meijers activiteiten als uitgever: Hans Moors, ‘Oud Frans bloed. De saint-simonistische uitgaven van firma R.C. Meijer’ Jaarboek voor Nederlandse boekgeschiedenis 3 (1996) p.87-111. Zie voor het contact met Multatuli ook Ed Schilders, ‘De darmen van de laatste priester’ De Parelduiker 1 (1996) nr 3 p. 15-24, en voor Meijers incestueuze familiegeschiedenis o.m. Marja Keijser, ‘De helse vruchtboom, of hoe R.C. Meijer in het boekenvak terechtkwam 1847-1857’ De boekenwereld 10 (1994) p. 131-137.
19
Brief R.C. Meijer aan Charles Potvin, 16 juli 1858. Kopieboek R.C. Meijer 1857-1867. Multatuli-museum. Met dank aan Hans Moors, die mij op deze brief attendeerde.
20
Moors, op.cit. (noot 18) p. 98-99. Moors heeft evenwel de inhoud van De Lichtstraal enigszins kunnen reconstrueren.
21
Idem p. 99
22
Zie Mea Mees-Verwey, De betekenis van Johannes van Vloten. Een bibliografie met inleiding. Santpoort 1928, p.83.
23
In de later bijgevoegde registers staan namen van auteurs wel vermeld.
24
Van Calcar aan Kruseman, 10 maart 1857, geciteerd uit Sikemeier, op.cit. (noot 1) p. 276
25
Brief Van Calcar aan Kruseman, 8 november 1957. Geciteerd uit idem, p. 288
26
Idem, p. 303
27
Idem, p.801-806 en p.870