Over dit hoofdstuk/artikel

Jef van Kempen

Ed Schilders

over Joris-Karl Huysmans


+
Jef van Kempen (1948) publiceerde o.a. over Theo van Doesburg, Guido Gezelle, J.K. Huysmans, Anthony Kok, Cyriel Verschaeve en de Fraters van Tilburg. Hij is bestuurslid van de Guido Gezelle Kring.
Ed Schilders (1951) publiceerde eerder in De Parelduiker over Louis Couperus en Jean Meslier.
1
Denis Boissier, Dictionnaire des anecdotes littéraires; Parijs, 1995, lemma Huysmans; geciteerd uit Mugnier, Journal, 1985 (postuum).
2
Tot het katholicisme bekeerde auteurs wier literaire prestige door de roomse propaganda ook in Nederland benadrukt en benut is, zijn, in willekeurige orde: Sigrid Undset, Robert Hugh Benson, Clemens Brentano, G.K. Chesterton, Paul Claudel, Gerard Manley Hopkins, Johannes Jörgensen, Charles Péguy, Giovanni Papini. Nederlandse auteurs: Vondel, Joachim Lesage ten Broek, Jan Verkade, Cécile de Jong van Beek en Donk, Henri Borel, Herman Heijermans, Herman de Man, Pieter van der Meer de Walcheren, Gabriël Smit, Chris de Graaff en Frederik van Eeden. Zie deel 2 van Van Eedens biografie door Jan Fontijn voor enige schermutselingen rond diens bekering.
3
Don Bosco, ingeleid en vertaald door M. Molenaar m.s.c; Tilburg, nv Het Nederlandsche Boekhuis, 1935. Herdrukt, met een nawoord van H. Hafkamp, door Uitgeverij Hagelwit, Amsterdam 1978.
4
In de literatuur over Huysmans wordt in de regel gesproken over ‘trappistenkloosters’. Dit woordgebruik wordt in de hand gewerkt doordat in de Franse literatuur de kloosters die door Huysmans gefrequenteerd werden, worden aangeduid met ‘la Trappe’. In feite behoren de monniken van de trappisten tot de orde der cisterciënzers. Deze orde werd op 21 maart 1098 gesticht door Robert van Molesmes in de plaats Cîteaux, in het Latijn Cistercium geheten. De nieuwe orde onderhield de leefregel die eerder door de heilige Benedictus was opgesteld. In de loop der eeuwen ontstonden strenge en minder strenge varianten op de leefregel. De strengste werd die der trappisten, zoals in 1663 door Rancé ingevoerd in het klooster van La Trappe bij Soligny, en sindsdien onderhouden door de trappisten van ‘de strenge observantie’. Igny was zo’n klooster. Ligugé, waar Huysmans later zou verblijven, onderhield echter een minder strenge observantie en werd bevolkt door benedictijnen.
5
En Route, dl. 1, hfdst. 5. Voor rechtgeaarde katholieken is tientallen jaren een uitgave van En Route in omloop geweest in de serie ‘Pages catholiques’. Omstreden werken werden hierin in gekuiste vorm opgenomen. We hebben deze uitgave nauwkeurig onderzocht en kunnen met zekerheid stellen: Florence komt er niet in voor.
6
Arthur Mugnier (1879-1939) was vicaris van de parochie van Sint Thomas van Aquino in Parijs. Op 28 mei 1891 ontmoette hij J.-K. Huysmans in de sacristie van de parochiekerk. Mugnier was een ‘salongeestelijke’, wiens taak eruit bestond contacten te onderhouden met intellectuele en artistieke kringen. Andere bekeerlingen van Mugnier waren Maurice Baring en Anna de Noailles. In de Franse literaruur worden dergelijke geestelijken aangeduid met ‘abbé’, wat eenvoudigweg ‘eerwaarde’ betekent. Mugnier was geen ‘abt’ (hoofd van een kloostergemeenschap), ook al hebben enige Nederlandse vertalers gemeend hem daartoe te mogen promoveren.
7
Dit is het klooster dat in En Route ‘Notre-Dame de l’Atre’ genoemd wordt. Tijdens de bombardementen van de Eerste Wereldoorlog is het klooster geheel verwoest. Het was gesticht in 1003 op de plaats van het oudste klooster van Frankrijk (360), waar de heiligen Hilarius van Poitiers en Martinus van Tours nog gewoond hadden. Rabelais verbleef er, en na Huysmans werd het nog bezocht door Lucien Descaves en de bekeerde dichter Paul Claudel; de schilder Jean-Louis Forain bekeerde zich hier in de kerstnacht van 1900. (Guide religieux de la France, Parijs, Hachette, 1967.)
8
Bijvoorbeeld Voltaire en Leo Taxil.
9
Robert Baldick, The Life of J.-K. Huysmans; Oxford, 1955; p. 224.
10
idem, p. 225.
11
idem, p. 261.
12
idem, p. 261.
13
De laatstverschenen Indexlijst dateert van 1948; sedert Vaticanum 11 is de boekenwet aangepast en is de Index niet langer van kracht.
14
Dom J.-B. Monnoyeur, Joris-Karl Huysmans converti et oblat de Ligugé; Ligugé, 1935, 2e dr.; p. 8-9.
15
Een voorbeeld van herschrijving van anti-religieus werk vinden we bij Collin de Plancy, die zich circa 1830 in Culemborg bekeerde en vervolgens onder andere zijn Dictionnaire infernal in katholieke geest herschreef. Een voorbeeld van het opkopen en vernietigen van eigen werk is de auteur Paul Féval. Frederik van Eeden heeft geweigerd het voor-katholieke werk te herroepen.
16
20 tue Monsieur. Behalve door Huysmans zijn de diensten ook bezocht door Maurice Barrés, Charles du Bos, Max Jacob, Ernest Psichari, François Mauriac, Jacques Maritain. Op 1 mei 1883 bracht don Bosco een bezoek aan deze benedictinessen. (Guide religieux de la France, Parijs, Hachette, 1967.)
17
In niet-katholieke literaire kringen stond Huysmans wel volop in de belangstelling, met name in de kring van De Nieuwe Gids. Arij Prins, Frans Erens en Lodewijk van Deyssel gaven in recensies blijk van hun grote bewondering, ook voor het katholieke werk. Willem Kloos daarentegen noemde Huysmans ‘een vies verkrachter van ’s werelds eeuw’ge schoonheid’, termen, een pater Gielen waardig.
18
Boekenschouw 1917, p. 192; volledige tekst aangaande Huysmans.
19
Boekenschouw 1922, p. 240; volledige tekst aangaande Huysmans.
20
Standaard-catalogus, A.B.H. Gielen s.j.; Amsterdam, 1925; p. 252.
21
Boekenschouw 1917, p. 237.