Over dit hoofdstuk/artikel

Gert Selles

over P.C. Boutens

over Jo Landheer

over Vera van Lier-Schmidt Ernsthausen


+
Gert Selles (1945) was onder meer directeur-hoofdredacteur van de Arnhemse Courant, hoofdredacteur van het Utrechts Nieuwsblad en algemeen hoofdredacteur van de acht onder de titel De Stentor verschijnende dagbladen. Van zijn hand verschijnt binnenkort bij uitgeverij Flanor een biografie van Jo Landheer.
1
Michel van der Plas, ‘Geheimzinnigheden rond Boutens. Op weg naar opheldering’, in Elseviers Weekblad, 26 november 1960.
2
Het Letterkundig Museum bezit 111 aan Landheer gerichte brieven en briefkaarten van Boutens, en 28 kaarten en brieven van Landheer aan Boutens, door hem tegen zijn gewoonte in kennelijk bewaard.
3
Jo Landheer vertaalde drie sonnetten van Louize Labé. De vertalingen zijn ongepubliceerd en bevinden zich in de kb. P.C. Boutens vertaalde er 24. De boekuitgave ervan is in 1924 verzorgd door Stols en in 1926 door Van Dishoeck.
4
Gert Selles, ‘Jo Landheer. Muze van de Veluwe’, in De Stentor, 8 januari 2004.
5
Dr. Karel de Clerck, Uit het leven van P.C. Boutens (Amsterdam 1969).
6
Brief van Victor E. van Vriesland aan Jo Landheer, 18 maart 1942 (lm).
7
Deze vijf verzen zijn onder de titel ‘Opdracht’ opgenomen in het eerste nummer van 1921 van De Nieuwe Gids.
8
J. Slauerhoff, ‘Golven, gedichten van Jo Landheer’, in Nieuwe Arnhemsche Courant, 14 maart 1931. Ook Jan Campert schreef lovende recensies over haar, in Nieuwsbron en Nederland (1930).
9
M. Nijhoff, ‘Jo Landheer. Golven, gedichten’, in Nieuwe Rotterdamsche Courant, 27 februari 1926.
10
Brief van Jo Landheer aan Henriëtte Mooy, 24 maart 1972 (lm).
11
Dat Boutens de gedichten van Jo Landheer beoordeelde en de drukproeven plus revisies controleerde, blijkt onder meer uit een brief van Jo Landheer aan P.C. Boutens, 17 december 1921, en een brief van Jo Landheer aan A.A.M. Stols, 25 november 1925 (lm).
12
Zie ook de brief van Jo Landheer aan C.C.V. van Lier-Schmidt Ernsthausen van 5 maart 1956.
13
Zie bijvoorbeeld het schrijven van Jo Landheer aan Henriëtte Mooy van 31 maart 1956 (lm).
14
Brieven van Jo Landheer aan G.H. ‘s-Gravesande, 24 april 1956 en 9 juni 1956 (lm).
15
Brief van dr. Mea Nijland-Verwey aan Jo Landheer. Het toeval wil dat ook deze brief onvolledig is gedateerd (1956).
16
Veel gegevens heb ik ontleend aan W.G. van de Fliert, Boutensdocumentatie van Mevr. C.C.V. van Lier-Schmidt Ernsthausen (Amsterdam 1984).
17
Brief van Jan van Krimpen aan Jo Landheer, 8 juli 1956. Zie ook W.G. van de Fliert (noot 16).
18
Michel van der Plas, ‘Boutens en een ijverige verzamelaarster. Geheimen in Scheveningen’, in Elseviers Weekblad, 10 december 1960.
19
Gesprek met de auteur, 2003. Prof. Blok ontving van Vera van Lier onder meer een brief van 367 bladzijden, gedateerd 14 juni 1974, waarin zij haar visie op de dichter heeft neergelegd. Het was dankzij haar Boutens-archief dat Blok de Strofen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe (1919) definitief op naam van Boutens kon zetten. Bloks omvangrijke studie uit 1983 (P.C. Boutens en de nalatenschap van Andries de Hoghe) is dan ook aan haar nagedachtenis opgedragen. In het Woord vooraf noemt Blok haar ‘deze onvermoeibare, ja gedreven bewonderaarster’. Elders in zijn studie typeert hij haar als ‘niet iemand die zich gemakkelijk liet overdonderen of met een kluitje in het riet sturen’ (p. 64).
20
Brief van Harry G.M. Prick aan Jo Landheer, 14 januari 1957 (lm). In een voetnoot bij zijn bijdrage aan het Schrijversprentenboek over Boutens (Ik heb iets bijna schoons aanschouwd. Over leven en werk van P.C. Boutens 1870-1943, Amsterdam 1993) noemt Harry Prick mevrouw C.C.V. van Lier-Schmidt Ernsthausen iemand ‘met wie ik – vaak tegen heug en meug – uitvoerig over Boutens van gedachten wisselde’.
21
Gesprek met de auteur, 2003.
25
Carlet Schneider en Erna Staal, ‘Smachtend naar lafenis die steeds niet kwam. Jo Landheer 1900-1986’, in Jaarboek van het Letterkundig Museum (‘s-Gravenhage 1993).
22
Zie bijvoorbeeld A. Reichling S.J., Het Platonisch denken bij P.C. Boutens (Maastricht 1925).
23
Zie noot 18.
24
Zie noot 19.
25
Carlet Schneider en Erna Staal, ‘Smachtend naar lafenis die steeds niet kwam. Jo Landheer 1900-1986’, in Jaarboek van het Letterkundig Museum (‘s-Gravenhage 1993).
26
Zie noot 19.
27
Onthuld door W. Blok. Zie voor de toedracht vooral p. 55-56 van zijn studie (noot 19).
28
Enkele Gedichten zou pas in 1964 L.J. Boucher verschijnen.
29
Zie noot 1.
28
Enkele Gedichten zou pas in 1964 L.J. Boucher verschijnen.
30
Zie noot 18.
31
Zo voegt zij bij haar verzameling een zelfvervaardigde Handleiding van 130 met de hand geschreven bladzijden, waaruit onderzoekers als W. Blok en later M. Goud informatie geput hebben. B. Peperkamp waarschuwt echter voor het gebruik ervan: hij vindt het werk van Van Lier rieken naar ‘monomanie en archivalische willekeur’. Overiggens bepleit Peperkamp ook ten aanzien van de inventaris van Jo Landheer ‘een kritische reserve’ (Ik heb iets bijna schoons aanschouwd. Over leven en werk van P.C. Boutens 1870-1943 p. 150).